Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat er waarheid en w ij s h e i d in vindt en ook t w ij f e 1achtigheden, die aanleiding geven tot gesprek en debat.

Ja, er is niets verheffenders dan het s c h r ij v e n van wekelijksche overzichten. Het genot neemt toe, naarmate de schrijver ouder wordt en dus ook w ij z e r en bijgevolg schooner van aangezicht. Vraag het aan schilders, of er wel eene mooiere tronie is dan de van wijsheid en humor doortintelde eens hoogbejaarden schrijvers van wekelijksche overzichten der wereldgeschiedenis!

En als er eens niets gebeurd is? Dat komt ten eerste nooit voor: er kan maar sprake wezen van meerdere of minder waarde of notabiliteit. Ten tweede kan men vooruit en achteruit grijpen. Ten derde wordt een runderhaas in den regel gespekt: is er wat haas te weinig, dan neemt men van het spek wat meer.

Vier-en-twintigste jaargang! In de verte schittert eene zilveren medaille; misschien is 't, als 't naderbij komt, wel datgene, wat een mijner vroegere buren „een kroddeneur" placht te noemen. Wat een zegen en zaligheid! Zie, 't houdt op, je te spijten, dat je de tanden kwijt zijt. Vierentwintigste jaargang!

Niets gaat boven de blij moedigheid en den glimlach. Als iemand wekelijksche overzichten begint te schrijven, kan hij er zeker van zijn, dat hij die behoudt, zoolang hij zijn werk voortzet. Blijmoedigheid en glimlach zijn zoo noodzakelijk met dien lieven arbeid verbonden, dat het bezwaarlijk uit te maken is, of ze de oorzaak dan wel het g e v o 1 g van de voortzetting zijn. Vier-en-twintigste jaargang! Zou er é é n e ziel zijn, groot genoeg van geloof, om te gelooven, dat haar lievelingsschrijver drie en twintig volle jaren zijn en haar genot bewerkt zou hebben, als niet van week tot week, steeds en aldoor, blijmoedigheid en glimlach z ij n deel geweest waren?

En ten laatste: de schrijver leeft met zichzelven en met de lezers in vrede en vreugde: in vrede, omdat ze ver van elkaar af zijn, en in vreugde, omdat de lezers zeer dikwijls veelstemmig kunnen zingen:

O wij zijn blij, wij zijn blij,

Dat wij daar niet bij geweest zijn!

Waarop de schrijver, zich dat voorstellende, al in den vroegen morgen jubelrefreint:

Holdrio, holdrio!

Sluiten