Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heel doode talen, heel ver van hier en heel lang geleden.

En ze beschreven het geluk als een zalig nirwana, een onafgebroken enthousiasme, eene tijdlooze extase, eene eeuwige chimera.

Zoodat wij ze ganschelijk niet verstonden, terwijl onze gidsen elkaar verweten, dat zij ze ganschelijk verkeerd verklaarden, elkaar verfoeiende met groote felheid.

Dies scheidden wij van elkander en ieder ging zijns weegs, hatende of bespottende degenen, die eene andere richting insloegen.

De veroveraars des geluks stalen, plunderden en moordden om des geluks wille; doch zij wonnen het geluk niet, maar

wroeging en verderf.

De najagers trokken den weg op der slemperij en der wulpschheid; zij troffen het geluk niet aan, maar den spijt en de ziekten.

De afwachters leefden in vermetel vertrouwen: zij werden hoogmoedigen, gierigaards, gramstorigen, nijdigaards en luiaards: tot geen hunner heb ik het geluk zien komen, maar zij werden

zichzelven tot last.

De zoekers vonden eer, rijkdom en macht, doch zij keerden teru°\ verklarende, dat deze het geluk niet waren, maar slechts

middelen, om het te bereiken.

En zij noemden deze middelen onvoldoende, overmits derzei ver behoud zorg kostte van uur tot uur en slapelooze nachten.

Ik, mijn zoon, heb al vroeg uwe moeder op mijnen weg aangetroffen en daarna u, uwe broeders en uwe zusters.

Dat is eene groote blijdschap voor mij geweest, maar niet het geluk; want vraag eens aan uwe moeder, hoe onzeglijk veel

wij samen hebben geleden.

Dankbaar erken ik echter, dat er meer dan één vreugdedroppel aan den emmer des leeds was en dat ik benijdenswaardig

scheen onder duizend.

Niet te tellen zijn mijne afdwalingen en verdolingen en niets

menschelijks is mij vreemd gebleven.

Niet zeven keer zeventig, maar zeventig keer zevenhonderd maal ben ik gevallen, soms zelfs mij pijnlijk wondende;

Maar ik ben steeds opgestaan en voortgestrompeld, nooit vertwijfelende, meer en sterker schijnende dan ik was.

Veel heb ik gedacht en veel gearbeid, en het einde was vreugde en als een voorgevoel des geluks.

Dies geloof ik, op den goeden weg te zijn, en vertrouw

Sluiten