Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een gelijksoortigen oorsprong vinden wij voor de liefde der eerste Nederlandsche godgeleerden voor deze leer. De Dooperschen bestreden den kinderdoop, omdat naar hun zeggen kinderen niet wedergeboren kunnen zijn. Niet beter en niet beslister en niet hechter kon hiertegenover positie gekozen worden dan door, indien men het éénigermate bewijzen kon, eenvoudig vast te stellen, dat de kinderen niet maar konden wedergeboren zijn, maar vérder: dat zij indien uitverkoren, reeds de wedergeboorte bezitten. En daarop kwam men dan ook al spoedig. Het eene dwalende uiterste, met zijn schadelijke gevolgen, voerde wegens den afschrik, dien men daarvoor had, gelijk bij Calvijn zoo ook hier, tot hetgeen zoo scherp en beslist mogelijk daartegenover stond. Inderdaad, veiliger schuilplaats tegen hetgeen men mijden wilde kon niet uitgevonden worden, dan het verst daarvan afgelegen station, welk station èn bij Calvijn tegenover de Lutherschen, èn bij de Nederlanders, tegenover de Dooperschen, was de leer dat de kinderen zoover zij uitverkoren zijn, niet wedergeboren werden vroeg of laat op Gods tijd, maar aireede waren.

Doch wij weten, dat de zuivere waarheid, om welke te vinden en te omhelzen het ons te doen moet zijn, dikwijls niet ligt in één van twee tegenover elkander staande uitersten. Het juiste standpunt der waarheid, kenmerkt zich menigmaal juist daardoor, dat men de uitersten vermijdt. Dat vervallen zoo niet in het ééne dan in het andere uiterste, zie het is, op zichzelf genomen altans, niet een kenmerk van betrouwbaarheid.

Wij zullen nu verder opmerkzaam beschouwen, wat uit het oogpunt van Schrift en beginsel tegen de leer is, dat de uitverkoren kinderen des Verbonds reeds wedergeboren zijn. Wij hebben er hier de aandacht op te vestigen:

lo. dat de wedergeboorte wordt gewerkt door Woord en Geest; 2o. dat er geen scheiding is tusschen wedergeboorte en bekeering; 3 . dat het door ons bestreden leerpunt ingrijpende en bedenkelijke gevolgen heeft; — en eindigen met 4o. slotopmerkingen.

Sluiten