Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wat Hem behaagt. En het dringt zóó, en zoovèr, door, als die Geest geeft. Hoever die werkingen kunnen gaan zonder zaligmakend te zijn, en alleen maar beslagleggende, en uitwendig onderwerpende, toont ons Joh. 5 : 35, Luk. 13 : 25, 26, Matth. 13 en Hebr. 6. Zoo is Jezus' komst den een ten val en den ander ter opstanding. Want het Woord Gods is krachtig, want het komt niet los van den Geest, maar het komt in den H. Geest en spreekt tot de conscientiën, ook van de onwedergeborenen. Daarom is Gods Woord met macht, met overtuiging. Waar Christus komt, daar is geen neutraliteit. Daar scharen de menschen zich vóór of tegen, ook geveinsd vóór. Maar de heele wereld wordt in beweging gesteld: ieder kiest zijn positie, ieder zóóals hij zich gedrongen gevoelt, en zóóals het hem het

wijst, het best dunkt.

Maar bij de uitverkorenen gaat de Geest, die van het Evangelie onafscheidelijk is — want het is het Woord waardoor Christus zelf spreekt, want openbaring en Openbaarder zijn niet te scheiden, — bij de uitverkorenen, zeggen wij, gaat de Geest op 'sHeeren tijd verder dóór, en neemt triumfantelijk bezit van het hart, voor Jezus, en plant daar het Woord des Evangelies, gelijk Jacobus zegt. Het Woord des Evangelies door uiterlijken mond gesproken, wordt soms zoo krachtig door den Geest Gods gesproken in het hart, dat het er voor open gaat. Want voor de stem des Zoons Gods is niets bestand; de dooden hooren Zijn stem. De Geest kan het Evangelie of de waarheid die daar gepredikt wordt, zóó in het hart spreken, dat de schellen van de tot dien stond blinde oogen vallen, en dat voor eens en voor goed het licht zijn intrek neemt; zóó dat op dat oogenblik plaats vindt de overzetting van het rijk der duisternis in het koninkrijk van den Zoon van Gods liefde.

Nu is hier een moeilijkheid, n.1. voor ons denken. Wij kunnen de dingen niet in hun natuurlijk en Goddelijk samenhangen verstaan. Wij ontleden alles, om do dingen te kunnen begrijc-r. Wii doen dan ook alles afzonderlijk: eerst het ééne, en d?r: ïx. andere. Maar zóó doet God niet, en zoo doet de li. ueest niet. Hij schiep de gansche aarde vóór de zesdaagsche schepping met een wenk van Zijn wil, en met die ééne daad

Sluiten