Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

/

schiep Hij tallooze dingen, en wonderheden op zich zelf, welke de wereld alle bevat, maar die daaruit eerst langzamerhand voor den mensch aan het licht komen, en die de mensch niet anders dan alle afzonderlijk, de een na de ander, zich kan voorstellen. — Zoo kunnen wij den eigenlijken overgang van den geestelijken dood in het'geestelijke leven ons niet anders begrijpen dan als een afzonderlijke daad, geheel op zich zélf. Maar God kan het Evangelie door uiterlijken mond gesproken door den Geest zóó in het hart doen hooren en doen zien in zijn waarheid en alles overtreffende heerlijkheid en onmisbaarheid, en daarin God in Zijn genade in Christus Jezus, dit zóó doen zien en hooren, dat dit voor zoo iemand de overgang is van den dood in het leven, en dat alzoo de zielen het leven, het geestelijke leven deelachtig zijn, wedergeboren en bekeerd te gader door één machtsdaad van den alléén wijzen God. Een werk niet eenigzins door eenige toestemming en overbuiging van de zijde des menschen, maar ontstaan alleen hierdoor dat de Geest, sprekende, het Woord vergezeld doet gaan van de kracht, waarmede en waarin Hij het spreekt, waartegen géén schepsel iets vermag, en die onweerstandelijk of ten minste onoverwinnelijk dóórtrekt, en tot stand brengt Zijn Goddelijke bedoelen.

De tegenwerping, dat dooven niet hooren, en dooden niet opstaan of zien kunnen, is niet van de minste waarde, want niet maar een mensch komt in het Evangelie op gebrekkige wijze dat voorstellen en prediken, maar God en Christus zelf zijn het, die roepen, en de Geest zelf is het, die zich naar Goddelijk welbehagen en uitgaande van den Vader en van den Christus, paart aan het uitwendige des Woords, en het niet door menschelijke stem slechts, maar zélf brengt of spreekt in het hart. Vandaar dat het aldaar doet èl wat Hem behaagt. De openbaring Gods is toch niet af te scheiden van God en den H. Geest.

Men heeft de roeping te veel menschel ijk opgevat en als een uitwendig werk, bloot van een mensch en niet als een werk Gods, dat altijd een verborgen zijde heeft. Vandaar dat zeggen: een doove kan niet hooren, enz.; en ook dat andere: het Woord der prediking onderstelt de wedergeboorte.

Sluiten