Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doet de zonde niet, want zijn zaad blijft in hem; en hij kan niet zondigen, want hij is uit God geboren", en „Een iegelijk, die de rechtvaardigheid niet doet, die is niet uit God". Een zoogenaamd onbekeerde wedergeborene is alzoo niet uit God. Hij is, als zoodanig, n.1. naar zijn diepste zijn, niet uit God. En kan hij dan toch wedergeboren zijn? Die de zonde doet, met zijn innerlijkst wezen, en waarlijk met zijn ik, en het er dus in het beginsel en uitgangspunt zijns levens mede ééns is, die is niet wedergeboren, maar uit den duivel. Een wedergeborene, die het nog eens zou wezen met de zonde! De gedachte is in strijd met de wedergeboorte; — öf het ik moet zich, tegelijk met de wedergeboorte, voor een tijd aan het méégaan met het leven, onttrekken, hetgeen ongerijmd en onwaar is, en nergens geleerd wordt.

Een zekere scheiding tusschen wedergeboorte en bekeering, heeft alleen plaats bij die enkelen die hoewel niet vroeg stervende, toch reeds in hun onbewusten leeftijd de wedergeboorte ontvangen. Zij kunnen, gelijk hun redelijk leven, zoo ook hun nieuw geestelijk leven, nog niet openbaren. Doch zoo spoedig als, met het ontwaken der redelijkheid, ook het Woord Gods op hen gaat inwerken, zal ook het nieuwe leven zich doen gevoelen. Waarom niét te jong om te zondigen, maar wèl om den Heere te dienen? Immers de zonde openbaart zich reeds zoo vroeg in allerlei leelijke trekken! Zoo ook zal het nieuwe leven indien het er waarlijk is, zich niet verloochenen.

Uit den eersten Brief van Johannes wijzen wij nog op eenige plaatsen. Ten eerste: 5 : 18. Uit het verband kan men tot de gedachte komen, dat in dit vers slechts sprake zou zijn van de zonde tot den dood. Daarmede is evenwel in onverzoenlijken strijd, dat, terwijl in dit vers de zonde in het algemeen genoemd wordt, in hetzelfde verband als waarin van de zonde tot den dood gemeld wordt, toch óók van de zonde niet tot den dood, sprake is, dus van de zonde meer in algemeenen zin. Het eerste gedeelte van dit vers stemt zoo goed als woordelijk overeen met hetgeen men leest in 3 : 9. En ook het andere gedeelte zegt •wezenlijk hetzelfde als wat wij in 3 : 9 verder lezen.

Voorts noemen wij nog: 1 : 6, 2 : 9,23, 3:14,4: 3a, 5 : 4a, plaatsen

Sluiten