Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

.Het is een fout, de noodzakelijkheid en de onmisbaarheid van "de Kerk, van het Woord en van het Sacrament uit de levend..making der ziel te willen verklaren. Daarin ligt die noodzakelijkheid niet, en kan ze niet liggen, want God de Heilige Geest „is in het werk der wedergeboorte vrijmachtig, en kan daarin "aan geen middel gebonden zijn. Maar wel volgt die noodzake„lijkheid en die onmisbaarheid daaruit, dat Gods recht en waar.heid openbaar moeten worden in de werkelijkheid van diezelfde „wereld, die ze schond en hoonde."

" Dat om zielen levend te maken, Kerk, en prediking des Woords niet absoluut noodzakelijk en onmisbaar zijn, staat voor een ieder onder ons vast. Maar een andere vraag is, of God zich van de Kerk en van Zijn Woord dat Hij aan de Kerk heeft toebetrouwd, niet bedient om zielen levend te maken. En daarop is ons antwoord: ja. Evenwel is de Kerk en uitwendig Woord hiertoe niet noodzakelijk en onmisbaar in absoluten zin. Dat is: Kerk en Woord, altans de uitwendige vorm daarvan, zijn niet voor God noodzakelijk en onmisbaar, maar alleen voor ons, daarom omdat God zich van die middelen wil bedienen.

Of precies gezegd: het heeft Gode behaagd, Zijn Woord gelijk het gegeven is in uitwendig menschelijken vorm, toe te vertrouwen aan Zijn Kerk, en in dien zin aan geen andere macht op aarde. De prediking gaat dus, al schijnt het wel eens niet zoo, toch in den grond der zaak, uit van de Kerk. Door haar bemiddeling is de waarheid zooals de Christenheid die kent, uit de Schrift uitgedo'ven, en in dien vorm, van haar afkomstig en door haar gepredikt, wordt zij vérder gebracht, door het kerkelijk ambt of op andere wijze, en leeft voort onder de menschen. En door dat Woord en door die waarheid, tot den uitverkorene komende, maakt de lleere dezen op Zijn tijd, iteds als kind na ontwaking des bewustzijns, of op lateren leeftijd, geestelijk levend, — niet omdat Hij het niet anders zou kunnen doen, maar omdat het Hem zóó behaagt. Ook niet omdat God in dien uitwendig menschelijken vorm als zoodanig, waarin Zijn waarheid tot hem komt, die levendmakende kracht Zijns Geestes gelegd zou hebben. Want dit heeft Hij niet gedaan. Maar alleen hierom, dat het Woord, hoewel in dien zinnelijken

Sluiten