Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met die formule gedoopt werd. Die woorden zijn eenvoudig een qualificatie van den Christelijken Doop. Maar in elk geval, zooals ons uit de ernstige overdenking van de instellingswoorden bleek, moest aan den Doop vanzelf een aanvankelijke prediking des Evangelies voorafgaan, en natuurlijk ook een daardoor gewekt geloof in die mate, dat hierdoor in zóóverre een belijdenis der waarheid op de lippen gebracht werd en een Christelijken wandel in het leven, dat de Kerk den Doop moest en mocht bedienen. De Kerk moet zich dus baseeren op een belijdenis en wandel, vruchten in zware tijden gewoonlijk zeker wel van een oprecht geloof, — hoewel ook dan nog niet altijd, — doch in gemakkelijker tijden zeer dikwijls van een geloof dat minder diep gaat, en dat somtijds nog minder was dan een zoogenaamd tijdgeloof, ja zelfs nog minder dan een bloot historisch geloof. Best mogelijk dat die belijdenis en Christelijke wandel wel eens vruchten waren niet van een verandering in de diepte des bewustzijns, maar van een overtuiging uit geheel wereldsche motieven. Maar in weerwil hiervan, wanneer een belijdenis en wandel Christelijk zijn, en de Doop begeerd wordt, dan moet de Kerk den Doop bedienen. Zij kan en mag dan niet weigeren. „Maakt al de volkeren tot discipelen!" Hoe? Door ze te doop en. Dit gaat voorop, en eerst in de twééde plaats wordt gezegd: door ze te leeren.

En waar liet nu door aanvankelijke Evangelieprediking zoover is, dat de weg tot dat eerste dat de Kerk heeft te beoogen, open ligt, zal zij daar weigeren dien weg op te gaan, of probeeren de orde te veranderen door dat eerste n.1. den Doop, toe te dienen, als met het volgende, n.1. het leeren, reeds een eind weegs is afgelegd? Of wie zal vooraf doordringen tot het hart, om te begluren of het wel waarheid is! Christus heeft het ook niet opgedragen. Met geen enkel woord. Trouwens, de Heere zou immers, hetgeen Hij eerst beval aan de Kerk, als 't ware feitelijk met de andere hand weder terugnemen. Doch neen, Hij legt niet aan den mensch op wat alleen Godes is. Daarom is het ook zoo dwaas om vol te houden, waar de Doop door menschen moet bediend worden, dat die Doopsbediening waar zij plaats vindt, de wedergeboorte veronderstelt. Neen, doopen onderstelt

Sluiten