Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die gedachte wekt het verhaal niet. En in elk geval, ook zonder dat wij den gang van het gebeurde zoo scherp in het oog vatten, is het niet voor bewijs vatbaar dat in Filippus' woord de nadruk nu juist valt op dat „van ganscher harte gelooven". Wat zekerheid hebben wij dat die nadruk niet moet vallen op „geoorloofd"? Dan is de zin deze: indien gij van ganscher harte gelooft, gelijk ik uit uw belangstelling en vurige begeerte naar den Doop, begin met blijdschap te bevroeden, dan is het geoorloofd. Dat is: dan wees niet ongerust ter zake van den Doop, de weg is geheel open. Niets kan U in dat geval billijkerwijze den Doop onthouden. Het vluchtige,sobere antwoord van den kamerling is dan ook volkomen verklaarbaar, evenzeer als het schijnbaar zonder nadere beslissing van Filippus zich terstond gereedmaken voor den Doop. Indien echter op „van ganscher harte" naar Filippus' bedoelen nogal de nadruk moet vallen, dan kan dit wel samenhangen met een mogelijk bij den Evangslist nog eenigzins nawerken van het Joodsche exclusivisme tegenover dezen heiden van afkomst. Immers het is bekend wat het den Jood kostte om dit af te leggen.

In elk geval komt het ons voor dat het wel wat ver gaat, om de Kerk van alle tijden en eeuwen eigenlijk zich te doen richten naar een regel, welke door iemand, die niet een apostel was, maar slechts een evangelist, bij een zekere bepaalde gelegenheid is gevolgd. Dat dit de bedoeling zou zijn, daarvoor missen wij ook alle aanwijzing. Waar nog bijkomt, dat, indien men zóó Filippus' antwoord op de vraag van den kamerling wil opvatten, dat dan daarmede alle doopspraktijk voor de Kerk een onmogelijkheid werd, daar niemand in éénig geval met zekerheid kan beoordeelen, of er een gelooven van ganscher harte aanwezig is. Want, ook door zulk een geloof eenvoudig te onderstellen, redt men zich niet. Want indien Doop alleen dan geoorloofd is, wanneer een geloof van ganscher harte, aanwezig is, dan maakt een bij gemis van volkomen zekerheid gemakshalve maar onderstellen ervan het doopen nog niet geoorloofd, maar alleen het aanwezig zijn van zulk een geloof. Wanneer men alzoo in het woord van Filippus den nadruk legt in plaats van op „geoorloofd" op „van ganscher harte", en er

Sluiten