Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

teeken daarvan Zijn Doop bedienen, gelijk vroeger onder Israël de besnijdenis, hoewel het ook nu waar is, dat het eenigermate in-zijn van tallooze zielen in het Verbond, niet anders rust dan in hun vleeschelijke geboorte of afstamming alleen uit vroegere vrome geslachten of voorvaderen. Het toedienen van het teeken der inlijving in de Kerk rust dus gelijk onder het Oude, zoo ook onder het Nieuwe Verbond, louter op de vleeschelijke afstamming. Van geestelijke geboorte of een verkiezing tot zaligheid is hier bij groote menigten geen sprake. En toch zal niemand onder ons kunnen of mógen zeggen dat het bedienen van den Doop onder zulken in het geheel niet meer moest plaats hebben. De Heere zelf, Wiens werk het is Zijn Verbond onder zulken nog niet gehéél te doen verdwijnen, wil dat nog in stand blijve onder hen de Christelijke Doop, als een allergewichtigst en laatste middel waardoor het Verbond nog bewaard blijft. Dat in stand blijven van den Christelijken Doop, is het teeken, dat het Verbond onder zulken nog voortduurt, het teeken en de uiterste grens van Verbond en Kerk. Waar ook dat verworpen wordt, daar is het uiterste der onverschilligheid en van den afval bereikt. En waar rust nu de bediening van den Doop onder zulken die aan de grenzen staan, in? Waar anders in, dan — bij het nog vasthouden in zekere mate aan het Verbond Gods en Zijn openlijken dienst, — in een v 1 eeschelijke geboorte en afstamming? Precies als het ging onder Israël. *)

En waar nu onder Israël het besnijden van een kind bloot rustte op iemands vleeschelijke geboorte uit Abraham, en zijn dientengevolge altans uitwendig behooren tot het Verbond der genade, waarom kan men zoo ten opzichte van den Doop onder het Nieuwe Verbond niet spreken. Onder het Oude Verbond rustte die toediening gelijk wij zagen, niet in een onderstelling van wedergeboorte, gelijk de besnijdenis door Abraham toegepast

*) Daar waar de Doop nog in stand blijft, daar is het V e r b o n d nog eenigerrtlate, — tenzij die Doop uit kracht van de traditie alleen nog maar als een zinledige plechtigheid is overgebleven, en zonder verband meer met eenige belijdenis der Christelijke waarheid, en alzoo geheel het karakter van een sacrament des Qenadeverbonds verloren heeft. Op deze wijze vindt men nu nog onder de Arabieren de besnijdenis.

Sluiten