Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo verstaan wij het al meer en meer wat het te zeggen is: gedoopt te zijn, — al is het nog maar alleen uitwendig of met water, en dus niet met den H. Geest, — in den Naam van den Vader, en den Zoon, en den H. Geest. Gelijk ook het gansche Israël kan gezegd worden te zijn gedoopt geweest in de openbaring Gods van dien tijd, 1 Cor. 10 : 2a. In overeenstemming hiermede was het, dat Israël ook in betrekkelijken zin deel had aan de geestelijke goederen, op de wijze als die openbaring Gods die medebracht, 1 Cor. 10 : 1—5, gelijk er ook onder het Nieuwe Verbond in betrekkelijken zin een deelhebben van allen is, oprechten en niet-oprechten, aan die goederen. Om den óvergang aan te duiden uit de bloote natuur-openbaring in den kring der Kerk, en in het nieuwe, Christelijke leven zooals het voortgebracht werd door de in die Kerk heerschende openbaring of Naam des Drieëenigen Gods, werd aan den ingang daarvan geplaatst, een doop of onderdompeling in water.

Door den uitwendigen Doop, d.i.: den Doop met water in den Naam des Vaders, en des Zoons en des H. Geestes, wordt dus de uitwendige Christelijke gedaante die de kinderen in hun geboorte uit bondelingen, aireede eenigzins hebben, en die degenen welke van buiten toetreden reeds eenigermate vertoonen door hun begeerte tot Kerk en Doop, voltooid. Van een wereldling wordt men een Christen, naar het uitwendige. Dat is steeds de dadelijke werking, en beteekenis van den Doop, n.1. van den uitwendigen Doop met water in den Naam des Drieëenigen Gods. Of om het kort samen te vatten, de Christelijke Doop is waarlijk, zooals Jezus hem voorstelt, n.1. een doop of indompeling in den Naam des Vaders, en des Zoons en des H. Geestes; een doop uitwendig in dien Naam, niet van den mensch naar zijn verborgen bestaan, maar een doop, — als aan menschen opgedragen om te bedienen, — van den uitwendigen mensch in dien Naam.

Dat is de Doop. En dat is dus zijn eerste beteekenis. Maar alle Gods werken zijn niet maar in het uitwendige, met een beteekenis alléén voor het uitwendige leven. Maar vooral de

Sluiten