Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in den Naam van God Drieëenig, of anders gezegd: deze uitwendige inlijving in de Kerk, te ondergaan ; — of ook onderstelt, dat iemand door natuurlijke geboorte reeds aanvankelijk eenigzins naar het uitwendige in het Verbond is, welk uitwendig in-zijn dan door een uitwendigen Doop in den Naam van den Drieëenigen God, zijn volle beslag en verwerkelijking verkrijgt.

De uitwendige gedaante dus, bestaande in die begeerte, of in dat krachtens geboorte reeds aanvankelijk eenigzins inzijn is de onderstelling van den Doop, de onderstelling van den Doop èn naar den regel dien de Schrift geeft voor zijn bediening, èn naar zijn eigen wezen, en algemeene werking.

Maar de verdere vrucht of werking des Doops onderstelt zeer zeker wèl de wedergeboorte. Ook dit is duidelijk en onwedersprekelijk. Zal de Doop ons zijn een teeken en zegel van onze wedergeboorte, dan natuurlijk dienen wij ook innerlijk die wedergeboorte te bezitten. Anders kan en zal onze Doop ons dit nooit zijn. Dan is en blijft onze Doop ons wel wat hij een ieder is, n.1. een daad waarbij men formeel, wat het uitwendige betreft, inging in de Kerk, en voorts een teeken en zegel van het Evangelie en zijn belofte, zooals die tot een ieder komt en een ieder verkondigd wordt, maar meer niet.

Want dit algemeene karakter van den Doop wordt door niemands ongeloovigheid te niet gedaan, n.1. dat hij is onze uitwendige overgang, en een zegel op de waarheid des Evangelies. De Doop wordt bij de aanvaarding van het Evangelie gegeven, en daarbij gevoegd. Hij komt met het Evangelie en behoort daarbij, en bevestigt dat. En wij dringen in dien Doop niet meer door, dan in dat Evangelie. En dat eerstgenoemde getuigt en bevestigt ons voor ónzen persoon, ook niet meer dan het andere. Beide stemmen met elkander in de hand des Geestes in alles volkomen overeen. Naar mate wij het Evangelie aannemen, kan zich voor ons het teeken en zegel ontsluiten. Alleen dit bevinden wij, dat het eene n.1. de Doop, het andere, n.1. het Evangelie, verzegelt en bevestigd. Getuigt nu het Evangelie dat wij des Heeren zijn, zoo verzegelt ons dit de Doop. Hij wordt ons een zegel, gehecht aan deze waarheid des Evangelies, zoodat deze troost des Evangelies voor ons een ontwijfelbare vastheid verkrijgt. Maar indien

Sluiten