Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

noodzakelijk is, en dat de bedoeling kan zijn, dat de Colossensen besneden waren met een besnijdenis die zonder handen geschiedt, en daarop ook gedoopt zijn, waarbij hun dan herinnerd wordt van welke kracht die Doop voor hen geweest is. Het geheel krijgt dan eenigzins het aanzien van een levendige opsomming van weldaden, die hun in hun hoofd Christus waren geworden.

Ook werden de geloovigen, gelijk die te Rome, in hun Doop met Christus begraven. Ja zij werden in dien Doop ook met hem opgewekt. Maar nu wordt hier ook bijgevoegd het middel, waardóór die Doop voor hen toen zij hem ontvingen, die geestelijke uitwerking gehad heeft. Paulus zegt geheel in overeenstemming met hetgeen wij over Rom. 6 zeiden, dat die werking van den Doop „door het geloof" plaats gevonden had. Deze toevoeging „door het geloof" behoort minstens bij het onmiddellijk voorafgaande: „in welken, n.1. in den Doop, gij met Hem opgewekt zijt". Doch het is niet onmogelijk, dat Paulus dit „door het geloof" ook heeft willen laten slaan op „zijnde met Hem begraven in den Doop". In elk geval is niet te bewijzen dat die bepaling „door het geloof" op dat eerste gedeelte van het vers niet doelt. De Doop, door de geestelijke verdièping welke hij bij den vooraf bekeerde verkrijgt, doet dezen alzoo met Christus begraven worden, en opgewekt worden. En dan wordt door dat slot „door het geloof der werking Gods, die Hem uit de dooden opgewekt heeft" de geestelijke oorzaak verklaard van dat bij gelegenheid van den uitwendigen Doop, begraven en opgewekt worden met Christus, en hiermede ook het middel waardoor en de wijze waarop die werking plaats heeft.

In Hand. 22:16 zegt Ananias tot Paulus na zijn bekeering: „laat u doopen en uwe zonden afwasschen". Hier bemerken wij dat de Doop is, wat van den Doop van Johannes werd geleerd, n.1. een Doop der bekeering tot vergeving der zonden. De Doop, die als zoodanig behoort bij de bekeering, en daarop behoort te volgen, en het eigenlijke uitwendige teeken is van de bekeerir.g, hetwelk naar buiten die bekeering getuigt, die Doop leidt nu ook tot de vergeving der zonden. Dat is: hij leidt het geloofsbewustzijn tót de vergeving der zonden, tot de erkentenis

Sluiten