Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van en het smaken van die vergeving. Trouwens een gedoopt worden in Christus, is ook een gedoopt worden in Zijn dood. De Doop geloovig beschouwd wordende, doet duidelijk zien en verstaan tot innige overtuiging toe, dat ons de zonden vergeven zijn, vergeven in Christus door middel van Zijn bloed. Geheel in overeenstemming met Art. 33 onzer Belijdenis: de sacramenten, en zoo ook de Doop, heeft de Heere gevoegd bij het Woord des Evangelies, om te beter aan onze uiterlijke zinnen voor te stellen, zoowel hetgeen hij ons te verstaan geeft door zijn Woord (n.1. de vergeving onzer zonden) als hetgeen Hij inwendig doet in onze harten (n.1. onze wedergeboorte), bondig en vast makende in ons de zaligheid die Hij ons mededeelt. Gelijk ook ons Doopsformulier het zoo juist leert: de H. Doop betuigt en verzegelt ons de afwassching der zonden door het bloed en den Geest van Christus, n.1. aan hen die waarlijk den Heere toebehooren. En dezelfde taal beluisteren wij in het antwoord op de vragen 69 en 73 van onzen Heidelbergschen Catechismus.

Zoo kan gezegd worden met de woorden van Paulus in Gal. 3:27, dat wie gedoopt is in Christus, Christus aangedaan heeft. Die bloot uitwendig gedoopt wordt in den Naam des Vaders en des Zoons en des H. Geestes, of wat in den grond hetzelfde zegt: in den Naam van Jezus of Christus, die doet Christus aan, naar het uitwendige. Waarom dan ook, in Hebr. 10: 29 zelfs eenigermate gezegd kan worden, dat zij door het bloed van Christus „geheiligd" zijn, ja in 2 Petr. 2:1, dat de Heere zulken betrekkelijkerwijze „gekocht" heeft.

Toch kan hier slechts van een aandoen van Christus gesproken worden in een geheel oneigenlijken en verwijderden zin. Het is meer alléén een aandoen van zijn Naam of openbaring, of een ingaan daarin wat den uitwendigen levensvorm betreft. En in elk geval zal op dit bloot uitwendige in Gal. 3 : 27 niet gedoeld zijn. Het eigenlijke en ware aandoen van Christus heeft plaats bij de oprechten onder het volk Gods. Dezen waren echter vóór hun Doop reeds in Christus inwendig en geestelijk. Maar wanneer het daartoe komt, dat zij zich ook door den Doop uitwendig in de Kerk laten inlijven, dan doen zij óók

Sluiten