Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3. Zal de Genade verzegeld worden, dan dient ze vooraf te gaan.

Martijr Vermilius oordeelt volgens Kramer pag. 169, aldus: „Deze genade, de H. Geest en de genade van Christus, moet aan den Doop voorafgaan, want volgde ze, dan werd zeniet verzegeld, omdat ze feitelijk ontbrak, gelijk bij de ongeloovigen geschiedt".

Geheel denzelfden geest vindt men in deze uitspraken van de Heraut en van Dr. Kuyper:

De Heraut No. 1225 (Recensie op Dr. Bavinck's „Ouders of Getuigen" kolom 2) geeft als het gevoelen der vaderen aan, dat in den Doop metterdaad een genade aan het kindeke werd medegedeeld, „zij het dan al niet zooals Rome wilde, de genade der wedergeboorte, dan toch een genade gave Gods". En in het volgende No. (in de voortzetting dier recensie): dat het kindeke zoo spoedig mogelijk moest gedoopt, omdat „Gods bevel dit eischt en God in den Doop een genade mededeelt aan het kindeke, die zoo spoedig mogelijk, moet worden gezocht". *)

Zie Dr. Kuyper, „Voor een Distel een Mirt", bladz.60, 61, (Nieuwe Uitg.) in het hoofdstuk dat getiteld is: „Gij zult met den Heiligen Geest gedoopt worden", reeds aangehaald in ons vorig werkje bladz. 16.

Dr. Kuyper in E Voto (Zondag 27 pag. 15) zegt: „De Heilige Schrift kent geen ander Sacrament, dan zulk een dat strekt, om een

*) De cursiveering is van mij.

Sluiten