Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nu komt ten slotte de vraag te pas, wat de redelijkheid is van een Doop, die, hoewel zegel van de genade der wedergeboorte en der schuldvergeving en in het algemeen dienende tot versterking des geloofs, toch toegediend wordt niet aan wedergeborenen, of aan menschen als wedergeborenen of in de onderste 11 ing van wedergeboorte. Deze poging om hetgeen ons Gods wil en bevel is, te b eg rij p e n, is, mits wij er verre van zijn om in dit begrijpen de diepste grond van ons geloof en handelen in dezen te zoeken, niet te verwerpen. Integendeel, ze is veeleer Gode welgevallig, zoo ze binnen de perken van het geopenbaarde blijft.

De Doop is zegel, niet maar in het algemeen van het Evangelie of van het Woord, en van het heil dat in Christus zondaren verkondigd wordt, maar hij is ook zegel van geestelijke genade, n.1. zegel daarvan, dat de gedoopte de inwendige en geestelijke genade, d.i. : de wedergeboorte en vergeving, bezit en deelachtig is. Zegel is dus de Doop niet maar van de belofte, dat God in geval van geloof den gedoopte zal aannemen, maar veel meer: ook zegel voor den oprechte daarvan, dat aan hem de belofte des heils bij aanvang vervuld is. Dat is de Doop, omdat hij niet liegt. Hij is teeken èn zegel of bevestiging, van de afwassching der zonden door Jezus Christus, d.i.: door het bloed en den Geest van Jezus Christus, d.i.: van de wedergeboorte en de vergeving. Want de Doop als zoodanig beteekent en verkondigt den geloovige zijn gedoopt-zijn, niet maar uitwendig, maar inwendig in den Naam des Vaders, en des Zoons, en des H. Geestes, of hetgeen hetzelfde zegt: in den Naam van Jezus, en dat is ook een gedoopt-zijn in Zijn dood. D.i.: zijn Doop beteekent en verzegelt hem zijn wedergeboorte en de vergeving zijner schuld. En dus vergewist zijn Doop hem levendig van zijn deelgenootschap aan het eeuwige leven, ja is hij een krachtig middel om in hem op te wekken de beginselen der eeuwige vreugde.

Dat is de Doop. Want de taal des Doops liegt niet. Want de God des hemels spreekt de waarheid, zoowel door Zijn Doop als door Zijn Woord tot de ziel van Zijn gunstgenoot. Daarin rust het geloof en het aanbidt God in de heerlijkheid des heiligdoms.

Maar nu vragen wij met des te meer aandrang: waar is de redelijkheid van het toedienen van dezen Doop die naar zijn aard

Sluiten