Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of op elkander past. Of nu iemands Doop ook nog dieper werking zal erlangen op dat oogenblik of later, dat is: of hij zegel van inwendige genade zal zijn of worden, dat staat te bepalen door den H. Geest naar het welbehagen Qods. Dat is een terrein waar de menschen niets kunnen beslissen, noch zelfs de Kerk. De Heere, en Hij alleen, kent degenen die waarlijk Zijne zijn.

Maar zal men zeggen: de besnijdenis was een teeken des Verbonds, en ook de Doop dienen wij daarvoor te houden. Wij antwoorden: zeer zeker. De Doop, gelijk de besnijdenis, is een teeken van het Ve rbo n d de r gen ad e. Gelijk delsraelieten naar Gods bevel wegens of grond van hun uitwendig in-zijn in het Verbond met het teeken des Verbonds moesten voorzien en van de heidenen onderscheiden en uitwendig afgezonderd worden, zoo ook moet nu geschieden door den Doop, het tegenwoordige Verbondsteeken.

De besnijdenis beeldde af, en beteekende de weldaden des Verbonds, n.1. de besnijdenis des harten of wedergeboorte, en de vergeving der zonden. De Doop is ruimer en rijker van zin: hij beteekent en beeldt af de wedergeboorte en vergeving niet maar door af te beelden de verlossing van de zonden door het bloed en den Geest van Christus, maar hij doet de verlossing gelijk die in den weg des Verbonds plaats vindt, op veel grondiger en dus ook vollediger wijze kennen. De Christelijke Doop toch beteekent en beelt af den inwendigen of geestelijken Doop of overbrenging in den Christus en in den Drieëenigen God, uit welken Doop of zielsvereeniging met Christus die beide genoemde en andere weldaden van zelf voor ons voortvloeien. En dan brengt de Doop, gelijk ook vroeger de besnijdenis, den mensch uitwendig in Verbond en Kerk, uitwendig in dien door God hoog boven de gewone wereld verheven en bevoorrechten kring, die in zijn bestaan en van de wereld onderscheiden leven en ontwikkeling, gedragen en gebouwd wordt door die openbaring of door God van Zich gegeven Naam, welke voor de wereld geheel verborgen is, en door haar niet gekend wordt en aan haar in het minst niet is gegeven. Beide sacramenten, Doop en besnijdenis, doen dit en brengen den mensch in de zoogenaamde uitwendige of

Sluiten