Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„is de Heere zelf uit den hemel". Voor een Distel een Mirt, pag. 38, Nieuwe Uitg.) *)

Ook hierover is dunkt ons, een enkel woord hier op zijn plaats. Als Christus doopt, zoo zegt Prof. Bavinck, en met het teeken ook de beteekende zaak schenkt, is iemand waarlijk gedoopt. Christus is dus „de eenige bedienaar van het sacrament". Wat de menschen, de dienaren, doen, is instrumenteel, of is naar Dr. A. Kuyper: „maar den vorm voor het sacrament geven". Dus het eigenlijke en wezenlijke van het sacrament, als zóódanig, is: niet het zichtbare, maar het geest e 1 ij ke of o nzi cht bare, n.1. datgene wat Christus doet. Het zichtbare is maar de vorm, niet het wezenlijke van het sacrament, en niet de Doop zelf. Zoodat, heeft enkel dat uitwendige of zichtbare plaats gehad, dan is iemand niet waarlijk gedoopt. Dus eigenlijk gesproken: niet gedoopt. Wel in naam misschien, maar feitelijk en eigenlijk: niet.

En wel geeft Prof. Bavinck nog andere uitspraken, waarin de objectieviteit en realiteit van het sacrament als zoodanig niet afhankelijk wordt gesteld van het al of niet gelooven, of al of niet ontvangen van de beteekende zaak. Zoo pag. 220/1, 242, 244. Op 291 doen beide meeningen zich gevoelen. Maar de voorstelling in de bovenaan geplaatste citaten, zit tegenwoordig wel eenigzins in de lucht. En daarom achten wij het gewenscht wegens haar verband met onze stof, ze wat van nabij te bezien.

Of de geestelijke vrucht en kracht van den Doop genoten wordt, hij blijft als zoodanig dezelfde. Dat is: de Doop, het wezenlijke van den Doop, de realiteit daarvan, hangt niet af van het al of niet genieten van hetgeen hij voor het geloof is. Want wel zegt Prof. Bavinck, dat Christus geen plaatsvervanger op aarde gesteld heeft om voor Hem Zijn werk te verrichten. Maar immers wordt in dat sacrament zooals Prof. Bavinck zelf met kracht leert, niet anders geschonken dan, wat het Woord reeds geeft. Het is een voortzetting derhalve van de verkondiging van het Woord, en een verdere bevestigingen verzegelingdaar-

*) Zie eveneens: Dr. A. Kuyper Jr., De Band des Verbonds, pag. 146, 147.

Sluiten