Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden, aan op twee plaatsen in het begin van dit citaat als die „tot de Kerk behooren". Zoo zegt hij ook in hetgeen nog volgt op dit citaat: „Uw kind behoort dus „tot de Kerk'); doch kan behooren tot de onoprechten, „tot hen die geen ware leden der Kerk zijn." En verder: „De Doop op de rechte wijze bediend eischt alleer dat „het kind tot de Kerk behoort, zooals w ij die zien en „kennen. Meer niet."

In No. 39 zegt hij hiermede in overeenstemming: „Een „Kerk van louter reinen of wedergeborenen is er zeker op „aarde niet." En: „Dezelfde Schrift, die heel de Kerk met „de heerlijkste en heiligste titels aanspreekt, leert even „duidelijk dat niet allen oprecht zij n1)."

In zijn „Negen Dogmatische Onderwerpen' bladz. 130 zegt Ds. T. Bos dit: „Een Kerk van louter reinen, van „enkel wedergeborenen, bestaat op aarde nergens en „nooit. Zóó is alleen de Kerk in den hemel1)." Op bladz. 131 zegt hij: „Brengt men dit laatste nu in verband met „het feit, dat onder de schaduw van het (renadeverbond „ook dezulken wonen, die er geestelijk geen deel aan „hebben, en dat dus de Kerk, niet uit enkel geloo„vigen maar ook uit hypocrieten bestaat, zoodat de uit„wendige vorm van het Genadeverbond slechts ten deele „door zijn geestelijke realiteit gedekt wordt," enz.1)

Maar toch, wanneer het er ten slotte op aankomt, om zijn gevoelen over de Kerk dogmatisch juist en precies weer te geven, dan heet het, gelijk wij in het slot van het groote citaat dat wij gaven, vinden: „Wij zeggen, dat de Kerk, die wij kennen en zien, „de Kerk1' „des Heeren" is, doch met verkeerde bestanddeelen, met hypocrieten, met niet uitverkorenen, met onwedergeborenen, daarin en daartusschen.'' De Kerk zooals w ij die kennen, de Kerk als instituut, of geinstitueerd, wordt in de Schrift „Kerk genaamd, — „hare leden" heeten „heiligen", „geheiligden", „geroepenen", „geloovigen", „broeders", en „zusters" in den

') De spatieering is van uiij.

Sluiten