Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

allen dronken uit die geestelijke steenrots, dewelke is ... . de hoogheerlijke Christus. Er is dus óók nu in de Kerk zooals zij uitwendig zich openbaart, een gemeenschap aan, en een genieten van den Christus, hetwelk op zich zelf nog niet zaligmakend is.

Kan reeds van de vaderen, hoewel God aan het meerendeel van hen geen welgevallen gehad heeft, gezegd worden dat zij allen — niet alleen de ware' Israëlieten, maar ook de anderen — de g e e s t e 1 ij k e spijs en drank, hetwelk feitelijk naar vers i is Christus, genoten hebben, — reeds op zich zélf is het daaruit zeker, dat dit van degenen, die onder het Nieuwe Test. leven, niet minder kan gezegd worden, daar n u de heerlijkheid der geestelijke goederen uitwendig verschijnende te midden van het volk, nóg sterker en klaarder uitkomt. Onder den ouden dag toch kwam die heerlijkheid enkel uit in ziunebeeldige schaduwen en betrekkelijk duistere profetiën. En het is toch kennelijk dat wij n u, onder de nieuwe bedeeling, onder veel krachtiger en rijker openbaring leven, 2 Cor. 3; een openbaring die daardoor ook reeds buiten zaligmakend contact om, veel rijker en intiemer gemeenschap moet tengevolge hebben. Bestond er vroeger, ook buiten wedergeboorte om, ten gevolge van de openbaring der heerlijkheid Gods in het uitwendige leven, naar de mate en kracht dier openbaring een g em eenschap aan den Christus, een eten en drinken van Hem, zoo kim het niet anders zijn, of zulk een eten en drinken bestaat nu altans — óók bij een bloot uitwendig leven in en naar de Nieuwtestamentische bedeeling en openbaring — in niet mindere mate.

„Ziet Israël," zoo gaat Paulus voort in vers 18, ziet Israël dat naar het vleesch is, hebben zij niet al zijn zij maar naar het vleesch, gemeenschap, met het altaar, het altaar des Heeren, — gelijk ook de Heidenen, wanneer z ij offeren, den duivelen offeren, en nu in den grond met de duivelen gemeenschap hebben, vers 20.

Zoo is er ook niet een aanzitten aan de tafel van Christus, of offeren op Zijn altaar, zonder tot zekere hoogte een

Sluiten