Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3. Te vage aanduiding?

Men heeft rle opmerking gemaakt, dat onze beschrijving van de betrekking der onwedergeborenen tot het Verbond zoo vaag is. Die onwedergeborenen onder het Verbond, zijn „tot zekere hoogte", of „op betrekkelijke wijze", of „uitwendig", in het Verbond, hoewel dit „niet al te uitwendig" moet opgevat worden. Wij moeten hierop antwoorden, dat het verder aan te duiden, ons niet is gegeven. Het is dikwijls zoo met de geestelijke dingen. Wij kunnen ze met ónze woorden niet op fotografische wijze precies wedergeven en adaequaat aan de w e r k e 1 ij k h e i d. Altijd voelen wij bet ongenoegzame van de uitdrukking, om ten volle het wezen uit te drukken, en om tot het wezen te naderen, en het wezen ons te aanschouwen te geven. Hier moet wel eens een worsteling plaats hebben met de taal.

Zelfs een spreken van de bediening des Verbonds, nèvens het Verbond zélf, welk laatstgenoemde dan slechts het deel is van de uitverkorenen, brengt ons wezenlijk niet zooveel verder. Men moet toch bedenken, dat de bediening des Verbonds, ook het Verbond brengt, en niet anders; en verder, dat ook die bediening, gelijk het Verbond, feitelijk twee zijden heeft: een uitwendige, èn een inwendige of verborgene.

De bediening des Verbonds brengt, ook wat haar uitwendige, zichtbare en hoorbare zijde betreft, niet anders dan het Verbond en Zijn rijken geestelijken schat. Iemand die tot de bediening des Verbonds behoort, — hier bediening uitwendig opgevat, — komt hiermede alzoo in aanraking met het Verbond. Behoort iemand tot de uitwendige

Sluiten