Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of natuurlijk kón opgevat worden. Dit is hier echter in het geheel niet bet geval. De Doop zooals hij hier in de éérste plaats aangeduid is, is niet alleen, als gij de woorden eenvoudig opvat zooals zij daar staan, een uitwendige Doop in de bizondere Openbaring Gods, — maar ook heeft de Doop in zoover hij door de menschen bediend wordt, in de werkelijkheid op zich zelf geen andere vrucht dan het tot stand brengen van een uitwendige gemeenschap of deelgenootschap aan het Woord Gods, als de eenig ware levenssfeer. Want wat is feitelijk den mensch zijn ingang in de Kerk anders, dan een plechtige o p e n 1 ij k e aanvaarding voor God en menschen, van het Woord of Evangelie Gods, als het leven van zijn ziel en het licht zijner oogen, als het element waarin hij het leven vindt. Gij aanvaardt dat Woord als Uw leven. Gij hebt het zóó aanvaard, inwendig verborgen, als gij vooraf geestelijk geboren of wedergeboren werd. Gij deedt het nu, n.1. bij en door Uw Doop, openlijk.

Gij zegt: het is ons wel, maar waarom dit uitwendig opgevat? Omdat de menschen in hun doopen niet verder kunnen gaan, niet verder kunnen bewerken. Hun doopen is een uitwendig inbrengen, of inbrengen naar het uitwendige leven, in den Naam en hiermede in de Kerk. Verder reikt de macht van géén schepsel. Gaat het verder, dan is er ook een geestelijke doop aan voorafgegaan. In dit geval gaat met den uitwendigen doop gepaard, of: volgt er dikwijls op, een v er d iep in g van dien uitwendigen doop tot een nieuwen geestelijken doop in den Naam, en hiermede in Jezus zelf. (Zie: De Uitverkoren Kinderen Wedergeboren, Eisch des Doops?)

Maar op zich zelf reikt het menschelijk doopen niet verder dan een verandering aanbrengen wat den uitwendigen staat betreft. Vele malen blijft het hier ook werkelijk geheel bij, n.1. in al die vele gevallen, waarin geen wedergeboorte aanwezig is, noch ooit volgt. Hier is en blijft de Doop slechts een doop uitwendig en bloot door menschen toegediend. Daarom wèl waar, wèl een Doop, en waarmede God rekent. Maar zonder g e e s t e 1 ij k e werkelijkheid. Hij is en blijft

Sluiten