Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar zóó dat Groetmoê „'t door de ziel voelt gaan" En stil de handen vouwt....

Een man komt binnen Die haar den pols voelt: „kalmpjes aan, we winnen!"

Verklaart hij flauwtjes, met bezorgden blik

„Daar komt mijn grootste broer van 't spoor !" roep ik.

„De Koning óok!" gil 'k uit, bij 't oorverdoovend

Hoezee! den ingehaalden "Willem lovend

Uit dichte drommen, stuwend hot en her

Den kommandant der schutterij omver —

Bijna ten minste; kijk zijn paard eens schuimen!...

Een dolle roes bevangt me: ik druk mijn duimen

Als sporen in mijn stoel, en steiger hoog —

Waardoor de zitting kantelt, huup! het oog

Dat stralend juist den Koning ging aanschouwen,

Verbaasd de zoldring ziet, en saamgevouwen,

Mijn lichaam spartleud door het stoelraam zakt

De dokter redt me; tegen 't raam geplakt,

Den stoet na-oogend, zie 'k nog wapens glansen, Goud schittren, kleuren gloeien, golven dansen Van menschenhoofden, — hoor ik uit die zee Eén jubel opgaan — —

Maar wat Ach! en XVee! Dwingt me óm te zien! Gróótmoe!!!....

Mijn ouders bogen

Zich óver eene doode? —

Daar bewogen

Sluiten