Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Als schoot er eensklaps en voor 't laatst, een straal Van licht door 't duister heen, dat langzaam op Haar denken neerzonk, sprong, met vlammend oog, Siguun naar Loki toe, drukte op zijn mond En op zijn banden kussen heet van haat,

En riep toen uit:

„Ik kende u niet, mijn held. „Nooit las ik in dit ijzersterke hart.

„Maar thans begrijp ik wat ge leedt, welk vuur „Uw ziel verkankerde. Mijn levensglans,

„Mijn schuld'loos kind, zij roofden 't! — Haat alleen „Voelt nu mijn hart, en nacht is 't in mijn geest, — „Een gouden schaal gaf Frikka mij om 't gift „Van 't ongedierte in op te vangen. Zie,

„Mijn arm is krachtig; onder 't slangenhoofd „Houdt onvermoeid hij 't bekken vast. En zijn „Uw banden eens gesleten op de rots,

„Is Loki vrij naar 't reuzenland gevlucht, „Dan keeren wij naar 't heilig Asgaard weêr, „Met allen, die de goden leerden haten,

„Omdat zij trouw'loos zijn en ongerecht.

„Dan voert ge hen, die, tot vertwijfeling „Gejaagd, het leven moede, een laatsten lust „In 't lijden van hun meesters vinden en „In d' ondergang van wat hun god'lijk scheen, „Ten strijde tegen 't machtig Azen-heir.

„En juichen zal mijn mond als Odien valt,

Sluiten