Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STERVEND JAAR.

Nu ligt ze in bleeke roerloosheid,

In de blonde wolk van haar zonnehaar,

De moede voetjes te zaam gevlijd,

Als zochten ze troost bij elkaar,

De slanke handen bijeengeleid,

In 't kuiltje tusschen het duivenpaar Van den blanken boezem, — het stervend Jaar.

O Jaar! nu open uw bleeken mond En zeg het mij zacht, eer ge sterven gaat,

Of ik uw mysterie heb doorgrond,

Of het spel was of wreed verraad,

Toen ik aan uw boezem haar flonkeren vond,

Als een vonk in een plooi van uw blauw gewaad, De ster die mijn hemel nu verlaat!

Toen ge kwaamt als een meisje vol levensmoed, De handen vol bloemen, blank en rood.... IZe bloeiden zoo blijde, ze geurden zoo zoet!) —

En ik argeloos nam wat ge boodt.

Toen ik jubelde : — „Nooit was me een jaar zoo goed!" En de rozen, die regenden in mijn scboot,

In mijn lokken vlocht met een myrteloot!

Sluiten