Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ELLEN.

(Uit het Na-spel.)

Zijt gij nu voor altoos voorbijgegaan ? — Hebt gij in eeuwigheid nu weggedaan De helle fakkels van uw starren-oogen ? — Is nu mijn schat voor èltijd weggeborgen ? Zal nu mijn ziel zich eiken nieuwen morgen Vinden in 't duister Zelf gebogen? —

Gij, die mijn tranen-moeder wildet zijn!

Mijn rijke wel van smarten helderrein, Mij reinigend van mijn zóó vele zonden! — Maar zoo uw lieve oogen nu uitschreiden Voor mij hun tintel-lichtjens alle beiden, Waar wordt dan toeverlaat gevonden ? —

Op eenen berg wild' ik dat ik nu lag En naar de verre, verre wereld zag.

Als een, die lang zijn levend Zelf verloren. — Dat voor mijn onbewogen oogen rezen De visioenen van dit wereld-wezen, Als dingen, niet voor mij geboren.

Sluiten