Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV.

Hoe streeft mijn vers, zwaar met gezwollen zeil, Diep door de golven van mijn breed geluk, En buigt zoo stout onder den blijden druk Dier lading vol van rijk en roemrijk heil: —

De paden van mijn zang bruischen een wijl Hij achterna en schuimen in de zon;

De hemel blauwt, ver aan den horizon Bestijgt geen schip de waatren breed en steil.

Hoe dat ik thans alléén voor allen schijn Machtig in zang en rijk in zooveel dicht,

Ik, die hiervoor zoo arm was en zoo leeg?

Immers alleen omdat ik u verkreeg;

Want thans werd zang om u mijn staege plicht, En u bezingen is groot dichter zijn.

Sluiten