Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Zat zij niet maanden aan mijn haard, Zoo vreugdbevreesd, gelukbezwaard ?

„Zacht te zien als een avondland;

Daar was haar ziel in, een verre brand.

„Tot die opging hoog in rooden gloed,

En zij neêrlag, koud en bleek voor goed.

„Vast in slaap in den diepen dood,

Haar armen laag, gekruist op haar schoot.

„Zij nam in kamer van bleek lichaam

Met zich ons kind, dat droeg nog geen naam.

„Zij nam mij niets, en bracht mij veel, — Toch liet mij een arm en eenzaam deel."

Sluiten