Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik blijf niet langer op mijn plek

In 't avondduin. Mijn voet Voelt onder zich het weifel dek

Van schip te deinen op den vloed. En met nabije schaduw weet t

Ik lichtste licht bekleed.

De breede ronding van de kust

Deinst lamp-bezet, maar doodsch. Met geen sinjaal durft donkre loods

De stranden roepen uit hun rust...

Waar schuilt de stille school van buit Waar vol meê keer' de leêge schuit?

Of wordt in 't verre land en voor altoos Ons wild verlangen schoon en stil? — De zee is diep en eindeloos

Zooals vertrouwen wil En wilde toen 't aan 't veilig strand Te droomen zat van d' overkant.

De wind bolt uit het ruime wak.

Het schip helt op zijn breeden streek. Nog even maar is de einder strak

En van kustlichten bleek ...

En nu — niets meer dan heem'1 en zee... De zeilen over! Reê!

Sluiten