Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op deez' verlaten erve in druilerige dagen,

bleek, zonder lust en plagen toef 'k in langzaam versterven —:

Zoo was lood-zwaar bezonken in dit lichaam, dat wankel al ging — de laatste sprankel van licht was lang verblonken —,

de sombere beklemming,

die om mij drong en doodde 't al in verworging — zoo de klopping mijns harts in stremming

al zwakker werd, — tót daar in plóts-aan-schuivende stonde .. . rood-gloênde ik heb gevonden, een bloeme, vol en klaar!

(majeur :)

een bloeme, uit de rulle gruis-aarde opgesproten,

die ging — o heil! met rood en lichting mijn oogen vullen!

Sluiten