Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wie peilt dat pleit? Blijft, wars van mededoogen, de zware, vochte sluier uitgebreid om 't hoog geheim der slanke beukenbogen ?

Doet flus de zon, uit haar verborgenheid loswentelend, den mist, als ijdle logen,

verzwinden voor heur klare majesteit,

voortstralend in der ziele oneindigheid, —

de ziel, die de ongemeten vlerk uitspreidt en trilt als door Gods adem zelf bewogen ? ... — Hoelang dit wachten, voor wie, wachtend, haakt naar licht en leven, daar hij beide naakt en beide, nauw genaderd, zijn vervlogen!

Nu schijnt het weeke nevelwaas te wijken voor fijne tintling van steeds warmer glans,

dan weer dees flauwe klaarheid te bezwijken, doodbloedend op die bleeke nevelschans,

terwijl de dauw, van blad tot blad gezegen,

eentonig drupt in stillen tranenregen.

Als twijfel 't vorschend brein in neevlen hult, waardoor vergeefs de waarheid heen wil breken, nu angst, dan somberheid de ziel vervult,

het oordeel faalt, de tong niet waagt te spreken, richt Wil het denken op één punt: traag zwicht de twijfel voor den glans van 't groeiend licht.

Sluiten