Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Was 't goochling?... 't Scheen mij ofdievlamme kronkelde in louter glorie om een stralend beeld,

waarrond de dauw in kleurgedroppel fonkelde, met fijnen schijn van tindend licht doorspeeld. De trekken, die een feilen glans verbreidden,

kon 't blindgeflonkerd oog niet onderscheiden.

Maar 'k hoorde een stemme, een stemme rijzen, dalen, die klaar, mét vollen, reinen zilverklank,

leidde en doorluidde 't lied der woudkoralen, hun vreugde uitschaterend van brank tot brank.

Haar ziel, mijn ziel, met eeuwig-zoete klem,

de ziel der dingen jubelde in die stem.

En .. . wonderbare ontroering ... met dit zingen

geen vezel die niet trilde en medeging;

mild kwam een weeldebronne in 't hart aan 't springen,

dat uitruischte in dees zang en zegening . ..

want 'k vond thans, 'k wist het, heil en vrede, en tevens

den geest der wijsheid en den zin des levens.

Nu ging door 't woud de koninklijke dag:

Geen hoek, tot waar zijn klare tred niet drong.

Geen bladje of 't woei, geen vogeltje of het zong. 't Roerde 41 in schoonheid, wat ik hoorde en zag. Dat woud, dat beeld, die stem, die klaarte en vreê, 'k draag ze in herboren ziel voor de eeuwen mee.

Sluiten