Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ALFRED HEGENSCHEIDT

BEETHOVEN.

I.

O vader, die door 't leven mij geleidde Op 't stille pad dat staag zich wond omhoog,

Daar prijkt nu de aard voor mij, écn lichte boog, En 't juichend harte mist u aan zijn zijde.

Eens schouwdè uw oog zoo innig in mijn oog, En om mijn ziele, liefdegloeiend, breidde Uw schoonheid 't waas, dat heel de wereld wijdde, Waaruit zij onbewust haar schoonheid zoog.

Waarom ontweekt ge, nu mijn ziele blaakt Van liedrenlust, verrukt haar schoon te zingen ? Komt dan van u niet 't heil dat mij genaakt, Straalt dan uit u niet de aureool der dingen ?

En zal 'k, van u vervreemd, u blijven derven, En nooit mijn woord iets van uw schoonheid erven?

Sluiten