Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vind het vreeselijk jammer. We kunnen er nu niet meer vrij komen, alleen als de menschen converstabel zijn, deftig op visite zitten; de aardigheid is er toch af. De boomen worden netjes gesnoeid, de perkjes keurig onderhouden, ach foei! 't is toch een nare wereld !"

„Hemel Irene, je huilt er toch niet om."

„Ja, ik huil er wel oml En ik schaam er mij niet voor, wij hebben hier al zoo weinig in Warnsloo en dat weinige wordt mij nog ontnomen."

En Irene Durieux van Leeuwen drukte haar zakdoek tegen de mooie, donkere oogen, waaruit de tranen als groote parels te voorschijn sprongen.

„Foei Irene," zeide haar vriendin Hermine een flink, geldersch meisje met roode wangen, wier eenigszins plompe figuur sterk afstak bij Irene's slanke gratieuse gestalte. „Wat ben je kinderachtig!"

„Ja, dat weet ik wel, ik ben kinderachtig, maar ik kan er niets aan doen. Mijn prettigste uurtjes heb ik verleden zomer doorgebracht in den tuin van het Hoefijzer en wie er ook komt, ik ga er niet heen, neen, nooit, nooit!"

„Kom, je kunt niet weten, wat er gebeurt, wie weet wat die nieuwe bewoners invloed zullen uitoefenen op mijn of jou leven."

„Mooie invloed, daarvoor moet je hier in den achter-' hoek komen. Hemel! hoe kunnen menschen voor hun plezier zich hier begraven ?"

„Hoe weet je, dat het voor hun plezier is?"

„Och, als het een moeten was, hadden wij wel gehoord of 't een nieuwe notaris, dokter, ontvanger, of zoo iets was. Maar alles is kompleet, 't Zijn zeker

Sluiten