Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ja, je tante is wel wat stijf "

„Je ouders zijn toch ook goed en vroom, en netjes en" zuinig, maar hoe heel anders gaat het daar toe als bij ons. Bij ons heb ik zoo'n behoefte heel het tegenovergestelde te zijn en ik ben toch blij, dat ik nu niet zoo heel en al van jelui verschillend ben, en het mij niet veel moeite kost bij jullie ook zoo te zijn/'

„Och, er is zooveel jeugd bij ons."

„En je vader is toch ouder dan tante en je moeder even oud maar ze zijn zoo hartelijk, zoo vroolijk, zoo lief. O ik zou veel beter zijn als ik bij hen woonde. Ik voel het maar al te wel, 't beetje goed dat er nog in mij is, gaat verloren als ik nog een jaar langer bij tante blijf en over twee jaar word ik pas meerderjarig.

Hermine zweeg, zij volgde haar eigen gedachten.

„Waarom zeg je niets?" vroeg Irene na een poos.

„Ik denk dat zoovelen je toch je lot zouden benijden. Je hebt goed eten en drinken en een nette omgeving."

„Ik zou willen, dat ik van alles wat minder had.

,En je bent onafhankelijk."

'„Ik onafhankelijk? Ja, ik eet geen genadebrood."

„Zullen wij naar binnen gaan, wij zijn juist aan den tuin. En ik moet de boterhammen klaar zetten. Je doet

toch mee ?"

„Dat kan je denken, dan zou je weer wat hooren, maar o jé! Weet je waarvoor wij uit zijn gegaan, om te hooren wie 't Hoefijzer heeft gehuurd."

Dat zullen vader of Paul je wel zeggen.

'„Nu dan ga ik even mee, een oogenblikje maar, en

vlieg ik met mijn nieuws weg.

't Was een gelukkig huisgezin dat van Dr. Rovinck.

Sluiten