Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alles was verdwenen; zij ging boos en verontwaardigd naar boven.

„Als 'k Paul aangenomen had, dan zou ik niet meer met hen te maken hebben, die oude heksen. O, maar hier in 't dorp te moeten blijven mijn leven lang, mij dadelijk in de zorgen te steken, hier te versuffen, neen, daar ben ik toch te goed voor."

En • zij ging voor den spiegel staan en bewonderde zich zelf.

„Is 't niet jammer, zooveel distinctie voor goed hier te verbergen, in dit akelige nest? Ik ben er niet op mijn plaats. O als ik er uitzag als Hermine of Suze, ja dan... dan...

Aan de processie en aan het paradijs dacht zij niet meer.

IV.

„Is Irene niet hier ?"

En Paul zag de vroolijke, goed verwarmde kamer rond, die zoo prettig afstak bij den somberen Octoberdag buiten.

„Dat kan je denken" antwoordde Suze, die druk met haar uitzet bezig was. „Zij is natuurlijk weer bij de Kralingen."

„We zien haar haast niet meer, zij heeft 't er zeker beter," voegde Hermine er scherp bij.

Paul ging voor het raam staan en zag naar de stille natte straat, naar de lekkende goten en het over de hoekige, onregelmatige steenen stroomende regenwater.

Irene was echter niet bij de Kralingens op het Hoefijzer, zij zat voor het raam van haar tante's huiskamer en zag hetzelfde weinig opwekkelijke tooneel, waarnaar

Sluiten