Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leefde weer op in de koesterende warmte; zij begon te lachen om de plagerijen van den ouden heer Van Kralingen, bloosde bij de vleiende woorden van hun logé en begon het langzamerhand hier zeer gezellig en prettig te vinden, ondanks haar eenvoudig

huisjaponnetje.

Er werd muziek gemaakt; Réné die goed speelde, voerde met haar quatre-mains uit: zij zong en mevrouw Van Kralingen verklaarde, dat baar hoofdpijn geheel verdwenen was, en zonder dat men t wist, was het half elf geworden. Irene sprong met schrik op.

„Ik moet naar huis! 't Zal er toch weer alles behalve

prettig wezen. "

„Mag ik u naar huis brengen?" vroeg Holtzius. Mevrouw Van Kralingen zeide dadelijk: „Wel zeker, Kraaltje heeft zijn pantoffels reeds aan en zijn hoest is nu juist wat beter, anders vat hij weer koude.

Réné gaf Irene buiten den arm en samen gingen zij het korte wegje, dat naar tante Emma's huis geleidde.

Zij kwamen voorbij een krotje, waarin licht brandde, het was dat van een zieke vrouw, bij wie Paul was geroepen. Juist trad hij de straat in toen hij het tweetal

aan zag komen.

„Wie kan dat zijn?" dacht hij, ,,'tis toch de oude

heer Van Kralingen niet."

Maar hij vond het beneden zich hen af te loeren. „Peri" vroeg Réné haar, toen zij bij haar deur waren, „wanneer zal u mij de poorten van het paradijs openen ? Dat ik hier gekomen ben om 't u te vragen, begrijpt u!"

Irene beefde van het hoofd tot de voeten ; ja, dat was alles, wat zij verlangde, rijkdom, geluk, liefde, vermaak, de groote wereld, waar zij naar smachtte, een heel ander

Sluiten