Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Och Réné, waarom moet dit ons scheiden ?"

„Omdat de godsdienst of wat de menschen godsdienst noemen en dat niets ?s dan bijgeloof er reeds zoo velen ongelukkig heeft gemaakt, zoovelen, die bij elkander schenen te behooren, gescheiden heeft, omdat zij nu weer de natuur verkracht, en die godsdienst heet de mensch gelukkig te maken ! Hij maakt mij rampzalig zooals hij 't mijn ouders deed."

Irene kromp ineen, afkeer, liefde, schaamte en smart scheurden haar hart van elkander.

„Ik mag niet langer luisteren Réné," zeide zij eindelijk, „onze wegen loopen te veel uiteen. Je hebt gelijk, wij zouden elkander ongelukkig maken, 't is beter dat wij nu scheiden."

„Ja, wij zullen scheiden, maar vergeten dat kan je mij niet meer. Bid zooveel je wilt, God hoort je niet, maar de herinnering aan mij zal je niet verlaten. Je maakt mij ongelukkig door je weigering, weet dat wel, een fraaie liefde, die zich niet de geringste opoffering getroosten wil."

„Maar Réné, dien eed mocht je vader toch ook niet van je verlangen, hij was in strijd met je godsdienst."

„Ik had geen godsdienst, ik deed dien eed uit vrijen wil, en ik zal hem ook houden al kost het mij ook mijn levensgeluk 1"

„Kinderen, waar blijf je toch !" riep mevrouw Van Kralingen, en kwam hen tegemoet.

Réné deed een stap vooruit en zeide:

„Mevrouw, uw man had gelijk, er kan niets van ons huwelijk komen. Irene heeft geen moed de wereld te trotseeren. Zoo sterk is haar liefde niet. Ik vertrek nog van avond."

Sluiten