Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kwamen er weer oogenblikken dat zij zich onbegrijpelijk dof en moedeloos gevoelde; zij verveelde zich, had behoefte aan opwinding en verstrooiing en dacht met smachtend verlangen aan Réné terug; had zij niet te snel gehandeld, kon hij geen gelijk hebben?

Eerst stiet zij deze gedachte met geweld terug, toen begon zij er zich langzamerhand mee vertrouwd te maken; zij stelde zich het leven met hem in zulke schitterende kleuren voor dat de godsdienst met zijne strenge eischen en verplichtingen er bleek, koud en kleurloos naast stond.

„O, als ik het maar wist, als ik 't maar wist, of ik 't groote offer niet breng aan een hersenschim. Hij is zoo veel geleerder dan ik, hij weet zooveel meer, en hij beweert het toch!"

Toen trad de twijfel in haar ziel en nauwelijks had zij begonnen er een oor aan te leenen of dieper en dieper stak hij zijn scherpe angels in haar geest. Zij kon nauwelijks meer bidden; de vraag kwam telkens in haar op. „Als Réné eens gelijk had! O hoe dwaas zou ik dan handelen, mijn levensgeluk op te offeren

aan een illusie."

De oude pastoor in wien zij vertrouwen stelde en die haar verhouding tot haar tante zoo goed kende, was dezen winter gestorven en aan zijn opvolger, die den naam had zeer streng te 2ijn, durfde Irene haar bezwaren niet kenbaar maken; en toch zij moest er iemand over spreken, haar nachten bracht zij slapeloos door. Overdag werkte zij tot groote verbazing van haar tante vlijtiger dan vroeger maar de gedachten lieten haar onder het naaien of haken gefen rust.

Op zekeren middag was haar tante naar bed gegaan,

5

Sluiten