Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„O Paul, dus je hebt ook strijd gekend en ik die meende dat je leven zoo kalm was voorbijgegaan." Hij glimlachte droevig.

,,'t Is zeker een zware strijd geweest, maar ik ben bet te boven gekomen; de afgrond, die het atheïsme voor den mensch graait, boezemde mij hoe langer hoe meer schrik en angst in. Ik begreep dat men slechts tusschen twee overtuigingen kiezen kon, God en de christelijke openbaring met al haar consequentiën zooals de katholieke Kerk ze aanneemt, of het Niets en als ik het Niets aannam, waar bleven dan deugd, zonde, verheven bestemming van den mensch ? Hoe kort, boe verminkt is dan ons leven, dat met het graf een einde neemt f Waarom zullen wij onze hartstochten bedwingen, waarom ons zelf verbeteren en heiligen als er geen God is, die dat verlangt, als de natuur juist het tegenover, gestelde voorschrijft? En langzamerhand leerde ik de uitspraken der nieuwere wetenschap op haar rechte waarde schatten; de twijfel hield op en ik kreeg mijn geloof terug en het was mij dierbaarder dan ooit nu ik er om gestreden had, nu ik beter wist dan vroeger op welke gronden het rustte."

„Maar", zeide Irene, „er zijn toch zulke goede, brave

menschen, die niet gelooven "

„En er zijn zoovele anderen, die wel gelooven en niet volgens hun geloof leven. Dat komt door de inconsequentie van den mensch, die dikwijls beter of slechter is dan zijn overtuiging, maar aan de onvergankelijke, eeuwige waarheid doen de handelingen en meeningen van ons kortzinnige menschen niets af."

„Je hebt gelijk, je hebt gelijk, ik voel dat je gelijk hebt," zuchtte Irene, „maar 't is zoo hard. Het groote

Sluiten