Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij zich vrijwillig buiten de Kerk had geplaatst, zij kon geen uiterlijke redenen vinden om dit te betreuren. Haar huwelijk met Réné was zoo gelukkig als slechts weinig huwelijken het zijn; niets ontbrak hun, noch tijdelijke goederen, noch geestelijke overeenstemming, noch gemeenschappelijke belangstelling in zijn arbeid, de reinste harmonie scheen hun geheele

verhouding te bezielen.

Jeugd, schoonheid, gezondheid, fortuin werden hun kwistig toegeworpen, en wat hun geluk nog volmaken moest, viel hun ruim een jaar later ten deel.

Irene schonk Réné een zoon en hij, die meende dat zijn liefde voor haar de uiterste grenzen bereikt had, waartoe liefde ooit geraken kon, voelde een nieuw nog warmer gevoel voor zijn vrouw nu zij ook de moeder was van zijn kind.

En toen hij, vol verrukking over de wieg van den kleinen Emile gebogen, zijn vrouw vroeg, wat zij nu van hem wenschte, nu zij hem zoo oneindig rijk en gelukkig had gemaakt, sloeg zij haar van geluk schitterende oogen smeekend tot hem op en antwoord'de met diep bewogen stem:

„Réné, niets ontbreekt aan ons geluk. Moeten wij

God er niet voor danfeen ?"

Een wolk trok over zijn voorhoofd.

„Godl Wat heeft God met ons geluk te maken? Als' Hij bestaat dan voelt Hij zich boven ons wel en wee hoog verheven, en wij zouden Hem beleedigen door Hem daarvoor verantwoordelijk te maken.

„Dus geen doopsel voor ons kind ?" vroeg Irene schuchter.

Een harde trek kwam over zijn lippen maar deze

Sluiten