Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij „maar de gave, die van mij verlangd wordt, is mijn eigen onderwerping, mijn eigen berouw!'

Dikwijls kon zij Réné benijden, die door geen herinneringen aan vroeger, door geen behoefte aan godsdienst, door geen gewetenswroeging scheen gekweld te worden, die zich zoo tevreden voelde met het aardsche geluk, dat in volle mate zijn deel was, en die niets van haar strijd, van haar leed, niets van haar heimwee vermoedde, want altijd schitterden haar wondervol schoone oogen bij zijn komst, altijd glimlachten haar lippen als zij haar kind tot hem ophief, om door hem bewonderd en gekust te worden.

Aan de oevers van de Middelandsche Zee had Holtzius een villa gehuurd om er met zijn vrouw en land den winter door te brengen.

Daar te midden van een plantengroei zoo rijk en weëlderig, dat zij aan die der tropische landen deed denken, verhief zich Villa Felice, een klein marmeren paleis, versierd met mozaiken en beelden, vol Italiaansche kunstschatten en echt hollandsch comfort.

Onder de loggia zat Irene in haar elegant morgen-toilet, naast het door kanten bedekte wiegje van haar zoon;. Alles wat haar omringde schitterde en vonkelde. Tegenover haar te midden van een perk breidde een reusachtige yucea haar kroon op en bewaakte met angstige zorg haar zilveren kelken, die zij eerst 's nachts onder het licht der sterren durfde openen. Daarom heen de slanke palmen, de granaaiboomen met hun bloemen van gloeiend rood als met een regen van robijnen overdekt, oranjeboomen, wier bloesems de lucht met een bedwelmend zoete geur vervulden en wier gouden vruchten, tusschen het

Sluiten