Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar zij vroeg er niet meer naar, zij had andere dingen aan het hoofd, zij stond voor haar spiegel en bewonderde zichzelf in een nieuw toilet dat eenige duizend franks had gekost en voor een gecostumeerd bal bestemd was. Zij zou een markiezin uit den Rococotijd voorstelleto, haar lokken waren gepoeierd, haar wangen hier en daar met moesjes overdekt, haar blauwzwarte oogen, midden in den iris van smeltend blauw wit dat hen zoo bekoorlijk maakte en zulk een eigenaardig contrast vormden met haar licht haar en schitterend blanke gelaatskleur, wonnen aan diepte, door de verf, waarmede hun randen en de welnkbrauwen bestreken waren. Haar kleed was van oud-rose brocaatzijde rijk met kant versierd, om haar verblindend blanken hals en armen slingerden zich strengen van paarlen, rozen staken in haar ceintuur en in het hooggekapte haar; satijnen schoentjes met verguld© hooge hakjes en gouden gespen, gaven iets trippetlends en onzekers aan haar gang, dat zij door oefening met opzet nog vermeerderde.

Réné kwam binnen en zij keerde haar stralend

gelaat naar hem toe.

„Hoe vindt je mij ?"

Hij zweeg, een pijnlijk gevoel maakte zich van zijn ziel meester; waar was de Peri gebleiven in haar smartelijk, weemoedig verlangen naar het paradijs, zooals hij haar 't eerst gezien en lief gekre'gen had ?

„Als altijd verrukkelijk," antwoordde hij hoffelijk maar ijskoud; zij haalde de schouders op.

„Waarom ga je niet mee?"

„Ik kan niet, ik moet naar een vergadering I"

„Altijd die vergaderingen! Bah, foei!"

Sluiten