Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ik aan je wenschen opgeofferd, met de wereld zal ik breken, waar moet ik nu heen?"

Hij wendde zich van haar af, zijn ergernis tegen haar kon hij niet overwinnen, hij zag niet haar tranen, haar door smart verwrongen trekken, hij zag alleen het poeder op haar gelaat, de verf om haar oogen, die door haar tranen weggewischt in lange vegen langs haar wangen stroomde.

„Zie in den spiegel!" gebood hij „en zeg dan zelf of je nog waard bent je kind te verzorgen. O wat een taak wacht mij ! Het kind zal beter worden maar voor een leven van ellende, van smart. Ware het niet beter

Hij zweeg en zag naar het fleschje, dat op tafel stond.

„Zou dat geen weldaad zijn ? De grootste weldaad, die ik het kind bewijzen kan ? Hem te bevrijden van zijn pijnen, van zijn ellende, van de ramp des levetis !

Met een sprong stond Irene voor het bed van het kind.

„Neen," riep zij, „dat mag je niet doen. Ik zal mijn leven aan hem toewijden, ik zal hem verzorgen dag en nacht, ik zal "trachten zijn bestaan zoo dragelijk mogelijk te doen zijn maar er een eind aan te maken, dat is een misdaad, een gruwel in de oogen van) God !"

Hij lachte spottend.

„God! Daar heb je immers mee afgerekend.

„Ja. op jou bevel! En 't is om de gedachte aan Hem te verjagen, dat ik in de bedwelming van het genot mijzelf trachtte te vergeten. Ik dacht dat het mij gelukt was maar nu voel ik het duidelijker dan ooit. Hij straft mij voor mijn lichtzinnigheid en die straf zal ik dragen."

Sluiten