Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zekerd j 't leven van het kind zal niets anders zijn dan een lang martelaarschap. Denk je dat ik hem met hef heb, mijn kind, mijn zoon! O God, wat maakte njn geboorte mij gelukkig en nu nog... terwijl Jij hem vergat, bracht ik de heerlijkste uren met hem door _ gisteren nog - en nul.. nu kan ik hem «een groter bewijs van liefde geven dan door hem te verlossen... van zijn pijn.. . want hij zal niet kunnen loopen, zijn armen niet bewegen... zijn gelaat is mis vormd — hij zal een monster zijn... een voorwerp van afschuw, hij gister nog zoo mooi, zoo...

Doffe snikken onderbraken hem'; hij zonk als verpletterd voor de tafel neder. Irene naderde hem

schuchter. ..

O Réné, dan zal hij ons kind des te meer zijn

. Wij zullen hem trachten te vergoeden, wat de werel hem onthoudt. Onze liefde zal alles goed maken.

Wat vermag liefde ? Wat heeft mijn liefde voor jou kunnen doen ? Waar is 't paradijs gebleven dat ik ie beloofde ? Hoe dwaas is het te spreken van onze toekomst, waar het ons eigen geluk geldt, nog dwazer waar het 't geluk van anderen betreft. Wij kunnen geen geluk geven, aan niemand, ik zie 't nu in en wie het beloofde sprak in jongensachtigen overmoed. Ons kind staat voor een leven van onbeschrijfelijke ellende en verdriet en wij kunnen er hem van bevrijden. Is het dan geen egoïsme, die verantwoordelijkheid van zich af te schuiven?

Daar klonk een dof, akelig gereutel uit het bedje. Réné en Irene sprongen toe; het kind sloeg e oogen op, smeekend zag het zijn ouders aan, en een plotselinge gedachte flitste door Irene's geest.

s

Sluiten