Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem. Er is iemand om mij te spreken, zeg hem alles, wat je scheelt, arm kindje!"

Irene sloeg de oogen niet op, zij maakte ook geen beweging, alleen zeide zij met zwakke stem:

„Paul, nu zie je wat de wereld van mij gemaakt heeft. Veracht je mij ?"

„Ik beklaag je, Irene!"

Hij voelde haar pols.

„Ik zal u een recept voorschrijven, mevrouw Holtzius," sprak hij eirnstig beleefd, „maar uw ziel is zieker dan uw lichaam."

„Ach, mijn ziel is doodziek! zieker dan je denkt. En niemand kan mij helpen! Je hebt gezien hoe lichtzinnig en wereldsch ik geworden ben; maar dat deed ik alleen om te vergeten. Het paradijs te vergeten, dat ik moedwillig verlaten heb en waaraan ik altijd en altijd weer denken moest. O Paul, je weet het niet en zeg het niemand. Voor de Kerk zijn Réné en ik niet eens getrouwd. Hij is ook katholiek en mijn arm kind is gestorven zonder doopsel!"

„Ik wist het Irene, ik had het gehoord," zei Paul „en wat het andere betreft, dit is zoo niet, ik zelf heb je kind gedoopt."

Nu opende zij haar oogen, en vestigde ze op hem met een uitdrukking van bovenaardsch geluk en vreugde.

„Gedoopt, door jou, Paul! O, God zij geloofd en gedankt! dan zal hij mij niet vloeken, mijn engel, dan staat hij vóór Gods troon. Ach Paul, is 't werkelijk waar ?"

„Zeker! Ik zag het groote gevaar en vreesde dat het kind ongedoopt zou zijn, toen diende ik hem

Sluiten