Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE KUDDE.

De dag vergaat, de peinzende avondstond Hanqt zwijgend naar de wijde bei gebogen, De grijze kudde komt te kooi gelogen — Een zacht gelrappel op den doffen grond.

En met den drooniende' avond in zijn oogen, JKaar zonder woorden in zijn dillen mond, Volgt ben de herder met den moeden hond — Zij, die ben leidde' en die door ben bewogen.

Gij gaal ah zij, illuóiej van dit leven —

Van hoop, gelooj en liefde en roem en macht, Gestalten, die mij zacblkenj gaat begeven;

Gij gaal ah zij, want spoedig koml de nhchl, Die al wal ik gedacht heb en bedreven Héénvaagt ah ééne hulpelooze klacht!

Sluiten