Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE BLAREN.

De blaren vallen En volgen elkaar, Zoo zinken we allen — Hier — en Daar.

Ah blaren varen

De levend voorbij — De dag, de jaren,

En wij — ook wij!

Ach, die bet dlerven

Waarlijk eend zag — Hij moet ietd derven Afet iederen dag.

Hij voelt de dagen

Aid bladerd gaan — Hun ruidching dragen Ze uit bem vandaan.

In 't eind — van 't wonder Ded levend zat —

Gaat bij ten onder: Een wapperend blad.

Sluiten