Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nadat ik „uitgeleerd" was op n groot handelskantoor, waar ik 't suikervak zou leeren. 'k Bleef alleen nog de teekenlessen bij Tetar van Elven volgen.

Eenige jaren wist ik het in de suiker uit te houden, maar onder mijn werk gebeurde 't menig keer dat ik met mijn gedachten heendoolde naar de oude buurt waar ik zoo gaarne de omzwervingen van mijn jongensjaren zou willen hervatten. En vooral als er iets gebeurd was daar in die buurt wat de aandacht trok, waar iedereen over sprak, als de politie vergeefsche pogingen deed een gevaarlijk individu op te sporen, of andere feiten van misdaad het rustige deel der burgers hadden opgeschrikt... dan kon 't mij toch zoo gansch en al inpalmen, dat verlangen naar den politiedienst.

Ten slotte veranderde ik van kantoor en ging van „de suiker" naar „de rijst," en ik bekwaamde mij in het

rafactioneeren van rijst.

Mijn nieuwe werkzaamheden brachten mij bijna lederen dag in de dokken en op schepen, die ladingen rijst in hadden. Ik zat minder op de kantoorkruk genageld en eiken dag meer hield ik mij in mijn gedachten met het opsporen van dieven en 't achterhalen van misdadigers bezig. Mijn zin om bij de politie te komen ging met uit mijn hoofd. Integendeel, werd sterker en sterker, vooral sinds ik bevriend was geworden met een paar inspecteurs. De verwachting dat 't mij ooit zou gelukken bij de politie te komen had ik evenwel reeds lang opgeheven. Zoolang mijn vader leefde was er dan ook geen kans voor. Zijn dood kwam, al te vroeg, helaas. Hoewel ik uit eerbied voor zijn nagedachtenis nog een tijd lang op m n küntoor bleef, werd mij de drang naar mijn ideaal te machtig. Ik trok de stoute schoenen aan en ging op een goeden dag

Sluiten