Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar het hoofdbureau van politie in de Spinhuissteeg en vroeg den hoofdcommissaris-waterschout, Mr. de Klopper te spreken. Met een hevig kloppend hart kwam ik voor hem, voelde mij nog kleiner dan ik was en begon te vertellen wat ik wenschte. Ik moet dat met zooveel overtuiging en met zulk een heilig ontzag voor de politie hebben gedaan, dat Mr. de Klopper vriendelijk lachend opstond, mij op m n schouder klopte en zeide: ,,Nou, vriendje als jij zoo'n zin in de politie hebt, zullen wij je een plaatsje geven. Maar je moet geduld hebben.

,,Geduld hebben!" jawel, heb geduld als je brandt van verlangen! Een poosje wachtte ik op bericht dat ik geplaatst was, doch toen ik evenmin als zuster Anna iets zag komen, ging ik op opnieuw naar den Hoofd-Commissaris.

Geen plaats nog. Geduld!

Geduld, dat had ik juist niet. Toen ik voor de derde en vierde maal bij Mr. de Klopper zonder resultaat geweest was, ging ik naar den heer Steenbergen, Commissaris aan het Bureau op de Noordermarkt. Ik deed dit op raad van een vriend van mij, een neef van den Commissaris, die vooraf bij zijn oom een goed woordje voor mij had gedaan.

De heer Steenbergen ontving mij vriendelijk. Ik vertelde hem dat 't mijn vurig verlangen was bij de politie te komen en sprak hem tevens over mijn wedervaren met den Hoofdcommissaris. ,

„Nou, kerel, als je zoo graag wilt, zal ik zorgen dat je spoedig een plaatsje bij de politie krijgt.

Commissaris Steenbergen was, wat men noemt, een best mensch. Allerminst een bureaucraat. In zijn wijk hield men van hem. En in die wijk gebeurde er heel wat. De

Sluiten